Ga naar hoofdinhoud
Ondernemen in de Kempen logoOndernemen in de Kempen
Wet DBA in 2026: wat de strengere handhaving betekent voor ZZP'ers en opdrachtgevers in de Kempen
Juridisch & regelgeving

Wet DBA in 2026: wat de strengere handhaving betekent voor ZZP'ers en opdrachtgevers in de Kempen

Richard Theuws30 april 202610 min leestijd

Sinds 1 januari 2026 handhaaft de Belastingdienst de wet DBA weer actief — voor het eerst sinds het zogeheten handhavingsmoratorium uit 2016. Voor wie in een Kempense maakindustrie of hightech-keten werkt is dat geen abstracte beleidsverandering: het raakt direct de manier waarop ZZP-ontwikkelaars, interim-engineers, freelance-projectleiders en zelfstandige adviseurs samenwerken met opdrachtgevers. In de praktijk is dat de keten van ASML-toeleveranciers, accountancy-kantoren in Eindhoven, recruitment-bureaus die vaste detacheerders inzetten, en de groeiende AI- en software-startup-laag in Brainport.

In dit artikel: wat de wet DBA precies regelt, wat er sinds januari 2026 anders is, drie typische situaties die in de Kempen elke week voorkomen en waarom ze risicovol zijn, hoe je een opdrachtrelatie herinricht zodat hij houdbaar is, wat een naheffing concreet kost, en welke modelovereenkomsten in 2026 nog gebruikt mogen worden.

Wat regelt de wet DBA?

De Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties — DBA — uit 2016 vervangt de oude VAR (verklaring arbeidsrelatie) en regelt wanneer iemand fiscaal als zelfstandige werkt en wanneer als werknemer. De kernvraag is altijd dezelfde: is de feitelijke werkrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer een dienstbetrekking (arbeidsovereenkomst, met loonheffing, sociale premies en werkgeverslasten) of een zelfstandige opdracht (factuur, ZZP'er regelt eigen belasting)?

Drie criteria zijn beslissend:

  1. Gezag: heeft de opdrachtgever zeggenschap over hoe het werk wordt uitgevoerd? Dagelijkse aansturing, werktijden, werkplek, instructies — dat zijn signalen van gezag, en dus van een dienstbetrekking.
  2. Persoonlijke arbeid: moet de opdracht door één specifieke persoon worden uitgevoerd, of mag iemand anders het ook doen (vervangbaarheid)? Hoe persoonlijker, hoe meer richting dienstbetrekking.
  3. Beloning: krijgt de opdrachtnemer betaald per uur/dag in een vaste structuur, of voor een resultaat met ondernemersrisico? Vaste uurtarieven zonder winst-verlies-component leunen richting dienstbetrekking.

Hebben twee van de drie criteria de "werknemer-kant"? Dan bestaat het risico dat de Belastingdienst de relatie als verkapt dienstverband ziet. Gevolg: naheffing van loonheffing en premies bij de opdrachtgever, eventueel met boete.

Wat is er sinds 1 januari 2026 anders?

Tussen 2016 en 2025 gold een handhavingsmoratorium: de wet bestond, maar de Belastingdienst zou alleen handhaven bij "kwaadwillendheid" — bewuste schijnzelfstandigheid. In de praktijk werd er nauwelijks gehandhaafd, en de markt is gewend geraakt aan grijze constructies waarin een ZZP'er feitelijk hetzelfde werk deed als een werknemer.

Per 1 januari 2026 is dat afgelopen. Drie veranderingen tegelijk:

  1. Reguliere handhaving hervat. Belastingdienst kan boekenonderzoeken doen bij opdrachtgevers en, bij vastgestelde dienstbetrekking, naheffingen opleggen over uitbetaalde tarieven.
  2. Naheffingen tot vijf jaar terug. De Belastingdienst kan bij correcties terugkijken tot 1 januari 2025 (dus de hele periode na het moratorium). Daarvoor — periode 2016-2024 — geldt nog de moratorium-bescherming.
  3. Modelovereenkomsten alleen als richtsnoer, niet als vrijwaring. Een goedgekeurde modelovereenkomst van de Belastingdienst voorkomt naheffing alleen als de feitelijke uitvoering matcht met de overeenkomst. Een prachtige overeenkomst op papier maar dagelijkse aansturing in de praktijk = nog steeds dienstbetrekking.

Voor opdrachtgevers betekent het: de papierwerk-route ("we hebben toch een modelovereenkomst") is geen schild meer. Voor ZZP'ers betekent het: opdrachtgevers worden voorzichtiger, sommige langlopende opdrachten worden afgebouwd of omgezet in vaste contracten.

Drie situaties uit de Kempen die in 2026 risicovol zijn

De volgende drie schetsen zijn niet uit de lucht gegrepen — ze beschrijven werksituaties die in de Kempen elke week tientallen keren voorkomen. Geen van deze situaties is per definitie schijnzelfstandigheid. Maar elk patroon roept de juiste vragen op.

Situatie 1 — De interim-engineer in de ASML-toeleveringsketen

Een ZZP-mechatronica-engineer werkt sinds 2024 bij een toeleverancier in Eersel die onderdelen levert aan ASML. Tarief €95 per uur, 32 uur per week, kantoor in Eersel, dagelijkse stand-up met het team om 09:00, sprint-planning op vrijdag, vrijwillige inschrijving voor team-uitjes. De opdrachtgever heeft hem aangenomen omdat hij in een drukke fase capaciteit nodig had zonder direct vast personeel aan te willen nemen. De engineer heeft één klant (deze opdrachtgever), werkt op locatie, gebruikt apparatuur van de opdrachtgever, en doet hetzelfde werk als zijn vaste collega's.

Risico-criteria: gezag (hoog — dagelijkse aansturing, vaste werkplek, vaste werktijden), persoonlijke arbeid (hoog — niemand anders kan zomaar invallen), beloning (gemiddeld — uurtarief, geen ondernemersrisico).

Deze opstelling is in 2026 een typisch handhavingsdoel. Voor de opdrachtgever betekent een naheffing op deze ene relatie — gerekend over twee jaar van inhuur — al snel €40.000 aan loonheffing en sociale premies, plus eventuele boete. Voor de ZZP'er betekent het dat zijn opdracht abrupt eindigt of wordt omgezet in een vast contract.

Situatie 2 — De freelance accountant in Eindhoven

Een ZZP-accountant werkt drie dagen per week bij een MKB-accountantskantoor in Eindhoven. Tarief €75 per uur. Ze heeft eigen klanten erbij (twee dagen per week), maar het kantoor in Eindhoven is haar grootste opdrachtgever (60% van haar omzet). Ze gebruikt hun software, doet hun klantdossiers, en de jaarlijkse cao-feestdagen krijgt ze "vrij" zonder dat ze factureert.

Risico-criteria: gezag (gemiddeld — vaste dagen, software van opdrachtgever, dossierwerk volgens hun standaard), persoonlijke arbeid (hoog), beloning (gemiddeld).

Deze situatie staat tussen "veilig" en "riskant". Argumenten voor zelfstandigheid: ze heeft andere klanten, ze regelt zelf haar belasting, ze heeft eigen ondernemersrisico. Argumenten tegen: 60% afhankelijkheid van één opdrachtgever, gebruik van diens systemen, "vrij" tijdens feestdagen. Bij een controle hangt de uitkomst af van hoe de samenwerking exact is vormgegeven en gedocumenteerd.

Situatie 3 — De interim-projectleider in een fabrieksproject

Een ZZP-projectleider wordt voor een specifiek project ingehuurd door een maakbedrijf in Hapert: implementatie van een nieuw productiesysteem, looptijd zes maanden, €120 per uur, 40 uur per week. Hij stuurt drie vaste medewerkers aan namens het maakbedrijf, ondertekent inkoopopdrachten met machines en software, en is intern aanspreekpunt voor de directie. Op zijn LinkedIn staat zijn rol expliciet als "Projectleider Productiemodernisering bij [bedrijf]".

Risico-criteria: gezag (gemiddeld tot hoog — hij stuurt zelf aan, maar binnen een organisatiestructuur), persoonlijke arbeid (zeer hoog — hij is vervangbaar maar wordt persoonlijk gevraagd), beloning (gemiddeld — uurtarief, geen project-resultaat-component).

Dit type opdracht — duidelijk afgebakend project, hoog tarief, korte looptijd — was in het moratorium-tijdperk de standaardvorm. In 2026 is het houdbaar, mits de relatie ook feitelijk een project-met-resultaat is en niet een "verlengstuk-werknemer in een blauwe trui". Wat helpt: schriftelijke afbakening van scope en deliverable, expliciete projectfases, vrijheid om eigen werkwijze te kiezen, en ondernemersrisico door bijvoorbeeld een fixed-price-component.

Hoe richt je een opdracht houdbaar in?

Geen enkele constructie is "DBA-proof" als de feitelijke uitvoering anders gaat dan op papier. Deze acht inrichtingsprincipes verminderen het risico aanzienlijk — voor zowel opdrachtgever als opdrachtnemer:

  1. Werk per project, niet per maand. Definieer een afgebakende scope met startdatum, einddatum en op te leveren resultaat. "We huren je in om systeem X te implementeren tegen 1 oktober" werkt beter dan "we huren je in voor 32 uur per week tot wederopzegging".
  2. Scheid werkplek en werktijden. Zeker bij hooggekwalificeerd werk: laat de ZZP'er zelf bepalen wanneer en waar hij werkt. Dagelijkse aanwezigheid op kantoor en vaste werktijden zijn een rood vlag voor gezag.
  3. Vermijd integratie in het team. Geen opname in interne organogrammen, geen medewerker-e-mailadres met persoonlijk profiel, geen aanwezigheid bij werkgevers-gerelateerde activiteiten (cao-overleg, ondernemingsraad). LinkedIn-titel "ZZP'er, op opdracht voor [bedrijf]" is veiliger dan "Senior Engineer bij [bedrijf]".
  4. Gebruik eigen apparatuur waar mogelijk. Een ZZP-developer met een eigen laptop, eigen ontwikkelomgeving en eigen tools laat zien dat hij zelf bepaalt hoe hij werkt. Soms onhandig (security-redenen), maar verklaar dan waarom afwijking nodig is.
  5. Bouw ondernemersrisico in. Een fixed-price-component, een resultaatafhankelijke bonus, of (kleinere) fee-at-risk laat zien dat de ZZP'er ondernemer is en geen werknemer met een ander factuurformulier.
  6. Beperk het opdrachtgever-aandeel in de omzet van de ZZP'er. Voor langere opdrachten: streef ernaar dat één opdrachtgever niet meer dan 70% van de jaaromzet uitmaakt. Voor MKB-opdrachtgevers betekent dit: niet bewust ZZP'ers binden tot één-klant-afhankelijkheid.
  7. Beperk de duur van een opdracht. Eindeloze "van januari naar januari naar januari"-verlengingen krijgen tijdens controles meer aandacht dan duidelijk afgebakende projectopdrachten van enkele maanden.
  8. Documenteer alles. Schriftelijke overeenkomst, projectplan, voortgangsrapportages, oplevercriteria, factuurspecificaties. Bij een boekenonderzoek wint papier het van memo's.

Wat kost een naheffing concreet?

Stel: een toeleverancier in de Kempen heeft over twee jaar een ZZP-engineer ingehuurd voor 32 uur per week tegen €95 per uur. Belastingdienst stelt vast dat dit feitelijk een dienstbetrekking was. De naheffing wordt dan berekend op basis van wat aan loonheffing en premies werkgeverslasten had moeten worden afgedragen.

Indicatieve berekening over 2 jaar:

ComponentBedrag
Bruto-uitbetaling (32u × 47w × €95 × 2 jr)€285.000
Loonheffing (gemiddeld 37%)€105.000
Werkgevers-premies (ca. 22%)€62.000
Boete (afhankelijk van mate van verwijtbaarheid, 25-100%)€25.000-€100.000
Totaal mogelijk€190.000-€270.000

Tegenwerking: de inkomstenbelasting die de ZZP'er over diezelfde €285.000 al heeft betaald, wordt deels verrekend. In de praktijk blijft er bij een correctie nog steeds een netto-naheffing van €80.000-€150.000 over voor de opdrachtgever, plus juridische kosten voor de afhandeling.

Voor een MKB-bedrijf in Hapert met €5 miljoen omzet en €300.000 winst per jaar is een naheffing van die omvang een serieuze klap die meerdere jaren weegt. Voor een eenmansbedrijf nog erger. Dit is de reden waarom de wet DBA in 2026 niet langer met "zien we wel" kan worden afgedaan.

De praktijkvraag: wat doe ik nu?

Ben je opdrachtgever?

  1. Maak een lijst van alle ZZP'ers die op dit moment voor je werken.
  2. Beoordeel per ZZP'er op de drie criteria (gezag, persoonlijke arbeid, beloning). Eerlijk, niet hoopvol.
  3. Identificeer de risico-cases: ZZP'ers die feitelijk werken zoals werknemers. Bespreek met hen of de relatie aangepast kan worden (project, scope, eigen apparatuur), of dat een omzetting naar dienstverband eerlijker is.
  4. Documenteer alles wat je doet. Bij een controle wegen vaststelbare verbeterstappen mee.
  5. Overleg met een fiscalist of arbeidsrechtjurist voor de twijfelgevallen — een gespecialiseerde accountant in de Kempen (zakelijke dienstverlening) kan veel kosten besparen.

Ben je ZZP'er?

  1. Ga in gesprek met je opdrachtgevers. Niet defensief, maar constructief: hoe maken we deze samenwerking ook in 2026 houdbaar?
  2. Bouw waar mogelijk meer klanten op. Eén-klant-afhankelijkheid is bij elke discussie een nadeel.
  3. Bewaar zelf je administratie: opdrachten, facturen, projectdocumentatie. Bij een eventueel onderzoek naar je opdrachtgever wordt jouw kant van het verhaal ook beoordeeld.
  4. Onderhandel waar relevant over project-componenten in plaats van pure uurtarieven.
  5. Realiseer je dat je niet alleen de juridische kant moet beheren maar ook de commerciële: opdrachtgevers worden voorzichtiger, en ZZP'ers die kunnen aantonen dat ze "geen werknemer-in-blauw" zijn winnen het werk.

Wat de Belastingdienst zelf doet

Sinds januari 2026 zet de Belastingdienst een gefaseerde handhaving in. De aanpak begint bij de duidelijkste cases — langlopende opdrachten met één-klant-afhankelijkheid in sectoren waar veel signalen waren in de moratorium-jaren. Boekenonderzoeken bij opdrachtgevers worden doelgericht ingezet; sectoren met veel risico-signalen (bouw, ICT, zorg, transport) krijgen sneller aandacht.

Wat helpt: de Belastingdienst publiceert beleidsdocumenten over hoe ze beoordelen, en de zogeheten "webmodule" (een online beoordelingstool) is aangepast aan het 2026-kader. Voor wie twijfelt over een specifieke opdracht is dat een eerste check.

Verder lezen

Bronnen

: Belastingdienst (belastingdienst.nl/dba), Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (wetten.overheid.nl), Kamer van Koophandel (kvk.nl/zzp), webmodule beoordeling arbeidsrelaties (belastingdienst.nl/webmodule).

Dit artikel is opgesteld met AI-assistentie. Claude controleert feiten tegen de bronnen die we aanwijzen — maar er blijft een restrisico op onjuistheden. Zie je iets wat niet klopt? Lees hoe we AI op deze site gebruiken.

RT

Richard Theuws

Oprichter van Ondernemen in de Kempen. Ondernemer, spreker en strateeg uit Bladel.

Meer over Richard op theuws.com
Menu

Feedback geven

Type
0/2000
Wet DBA in 2026: wat de strengere handhaving betekent voor ZZP'ers en opdrachtgevers in de Kempen | Ondernemen in de Kempen